Het ALS-diner was voor mij zo’n dag die je niet snel vergeet. Vanaf de vroege ochtend stond ik als vrijwilliger in de keukenbrigade. Snijden, bakken, opmaken, serveren — alles in een tempo dat je hartslag net zo hoog houdt als de temperatuur tussen de pannen. We leerden in rap tempo de meest lastige trucjes om elk gerecht er niet alleen heerlijk, maar ook perfect uit te laten zien: bloemvormige toefjes, sauzen strak trekken, borden afmaken alsof het kleine kunstwerken waren. Geen ruimte voor slordigheid, alles voor dat ene perfecte uitserveer-moment.
Samen zweten voor hoop
Het was keihard werken. Uit de naad. Zweten. Maar het was ook écht leuk. Tussen het geconcentreerde werken door werd er gelachen, gecorrigeerd, aangemoedigd. We leerden elkaar razendsnel kennen in die hogedrukpan die een keuken tijdens zo’n event is. En juist dat maakte het zo bijzonder: mensen die elkaar die ochtend nog niet kenden, vormden ’s avonds één geolied team.
"Tijdens het keukenwerk ontstonden gesprekken met een andere diepgang. Geen praatjes, maar echte verbinding, omdat je samen ergens voor stond."
Wat het extra speciaal maakte, was de mix van mensen. Ik ontmoette mensen die je normaal misschien op een netwerkborrel vluchtig zou spreken. Hier was het ook netwerken — maar dan met schorten aan, handen vol werk en zweet op het voorhoofd. Tussen het doorgeven van borden en het schoonmaken van werkbladen ontstonden gesprekken met een andere diepgang. Geen praatjes, maar echte verbinding, omdat je samen ergens voor stond.
Extra betekenisvol
Voor mij had deze dag ook een persoonlijk gewicht. Ik ken iemand met ALS. Van dichtbij zie ik hoe meedogenloos en slopend deze ziekte is. Juist daarom voelde het werken hier zo betekenisvol. Waar de ziekte afbreekt, bouwden wij samen iets op. Elk bord dat de keuken verliet, voelde als een klein gebaar van hoop.
Aan het eind van de avond had ik geen voeten meer, maar wel zo’n fijn gevoel! Ik was trots onszelf voor het zo netjes opvolgen van instructies 😉, maar vooral op het ALS-team, op wat zij hebben neergezet, en dankbaar dat ik op deze manier, al is het maar een beetje, heb mogen bijdragen.
Lot Vorstman